Meer nieuws

Belasting sparen en beleggen in 2021

Bijna 1 miljoen mensen betalen in 2021 geen belasting meer in box 3. Het heffingsvrij vermogen gaat omhoog naar € 50.000, of € 100.000 met de fiscale partner. Iedereen met een spaar- of belegd vermogen tot € 220.000 (of € 440.000 met fiscale partner) gaat daarover minder belasting betalen dan in 2020.Berekening in 2020 (per belastingplichtige) Bezittingen min schulden kleiner dan € 30.846: geen fictief rendement Bezittingen min schulden tussen € 30.846 en € 103.643: 1,79% fictief rendement Bezittingen min schulden tussen € 103.643 en € 1.036.418: 4,19% fictief rendement Bezittingen min schulden meer dan € 1.036.418: 5,28% fictief rendement Over uw fictieve rendement wordt 30% belasting berekend. Berekening in 2021 (per belastingplichtige) Bezittingen min schulden kleiner dan € 50.000: geen fictief rendement Bezittingen min schulden tussen € 50.000 en € 100.000: 1,9% fictief rendement Bezittingen min schulden tussen € 100.000 en € 1.000.000: 4,5% fictief rendement Bezittingen min schulden meer dan € 1.000.000: 5,69% fictief rendement Over uw fictieve rendement wordt 31% belasting berekend.Fri, 25 Sep 20 11:30:00 +0200


Na verkoop bedrijf nog ondernemer?

Een vrouw, haar man en zijn broer hebben een VOF met een loonbedrijf. De activiteiten van de VOF worden verkocht, maar de VOF verhuurt de onroerende zaken aan de koper. Van de koopsom blijft de koper € 300.000 achtergesteld schuldig. De man en zijn broer verrichten nog werkzaamheden voor de koper en voor andere bedrijven. Is de man nog fiscaal ondernemer?De man claimt in zijn aangifte inkomstenbelasting als ondernemer zelfstandigenaftrek en een afwaarderingsverlies op de vordering op de koper.  Voortgezet ondernemerschap?Volgens de rechter zijn de vordering uit hoofde van de leningsovereenkomst, de huurkoopovereenkomst en de onroerende zaken (inclusief de inventaris) die worden verhuurd aan de koper overgegaan naar het privévermogen. Daarom blijven ze buiten beschouwing bij de beantwoording van de vraag of de VOF nog een onderneming drijft. De activiteiten van de VOF na de verkoop bestaan nagenoeg alleen uit de werkzaamheden waarvoor de man en zijn broer door de koper worden ingehuurd. De koper doet de planning voor deze werkzaamheden en verzorgt ook de facturatie. De VOF loopt na de verkoop geen debiteurenrisico ten aanzien van de vorderingen op klanten van de koper. Het debiteurenrisico van de VOF is dan ook nagenoeg volledig beperkt tot het risico ten aanzien van de aan de koper gefactureerde werkzaamheden. De rechter oordeelt dat de na verkoop door de VOF verrichtte activiteiten tezamen geen zelfstandig deel van de vroegere onderneming van de VOF vormen. De onderneming van de VOF en daarmee die van de man zijn na de verkoop geheel gestaakt. AfwaarderingsverliesIs er sprake van aftrekbaar afwaarderingsverlies op de vordering ten tijde van de overgang van de vordering naar het privévermogen? Het gaat daarbij om de vaststelling van de waarde in het economische verkeer, welke aan die vordering is toe te kennen op het tijdstip waarop deze naar het privévermogen overgaat. De waarde van deze vordering moet niet alleen worden beoordeeld naar de op het tijdstip van het opmaken van de eindbalans bekende omstandigheden. Ook met feiten en omstandigheden die een licht werpen op de waardering van de vordering op de eindbalans en die zich hebben voorgedaan na eindbalansdatum, maar voordat de aanslag voor het betreffende jaar onherroepelijk vaststaat, moet rekening worden gehouden. De man slaagt erin te bewijzen dat de waarde in ieder geval lager is dan de nominale waarde omdat de rente aanmerkelijk lager is dan de normale marktrente voor een lening met dergelijke voorwaarden. De rechter stelt de waarde in het economische verkeer van de vordering op de eindbalans vast op 75% van de nominale waarde, dus € 225.000. Dat betekent een aftrekpost van € 75.000. Tip: Na verkoop van de activiteiten van uw onderneming kan het zijn dat u nog zaken aan de koper verhuurt of voor de koper nog werkzaamheden in het bedrijf verricht. Soms is sprake van voortgezet ondernemerschap. De fiscale gevolgen zijn veelal fors. Vraag daarom tijdig fiscaal advies.Thu, 17 Sep 20 11:30:00 +0200


Vragen en antwoorden loonheffingen en corona

Door de coronacrisis kan er veel veranderd zijn voor u en uw werknemers. Waarschijnlijk werken uw werknemers nu vaker thuis dan op kantoor. Wat betekent dat voor hun reisvergoedingen of OV-abonnementen? Misschien betaalt of vergoedt u hulpmiddelen waarmee uw medewerkers thuis kunnen werken. Hoe verwerkt u dat in uw aangifte loonheffingen? Op zulke vragen heeft de Belastingdienst antwoorden geformuleerd.Vaste reiskostenvergoedingenMijn werknemers krijgen een vaste reiskostenvergoeding, maar zij werken nu (bijna) volledig thuis. Mag de reiskostenvergoeding toch hetzelfde blijven?Ja. U mag blijven uitgaan van het reispatroon waarop de vergoeding gebaseerd was, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: De maatregelen vanwege de coronacrisis gelden nog. U hebt de vaste reiskostenvergoeding vóór 13 maart 2020 toegekend aan uw werknemers. Mijn werknemers krijgen een vaste reiskostenvergoeding volgens methode 1 of 2 in onderdeel 21.1.2 van het Handboek Loonheffingen 2020. Mag deze vergoeding hetzelfde blijven?Ja. U mag blijven uitgaan van het reispatroon waarop de vergoeding gebaseerd was, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: De maatregelen vanwege de coronacrisis gelden nog. U hebt de vaste reiskostenvergoeding vóór 13 maart 2020 toegekend aan uw werknemers. Mijn werknemers krijgen een vaste reiskostenvergoeding volgens methode 1 in onderdeel 21.1.2 van het Handboek Loonheffingen 2020. Ik ga daarbij uit van de mogelijkheid om met een hoger aantal reisdagen dan 214 te rekenen. Mag deze vergoeding hetzelfde blijven?Ja. U mag blijven uitgaan van het reispatroon waarop de vergoeding gebaseerd was, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: De maatregelen vanwege de coronacrisis gelden nog. U hebt de vaste reiskostenvergoeding vóór 13 maart 2020 toegekend aan uw werknemers. U kon vóór 13 maart 2020 aannemelijk maken dat uw werknemers ten minste 268 dagen zouden reizen. Mijn werknemers krijgen een vaste reiskostenvergoeding volgens methode 1 in onderdeel 21.1.2 van het Handboek Loonheffingen 2020. Voor een aantal werknemers is een enkele reis van hun woning naar hun vaste werkplek meer dan 75 kilometer. Ik moet daarom voor die werknemers een nacalculatie doen. Mag ik dan de dagen waarop die werknemers thuis werkten door de coronacrisis, toch meetellen als reisdagen?Ja, dat mag als u de vaste reiskostenvergoeding vóór 13 maart 2020 hebt toegekend aan uw werknemers. Een of meer van mijn werknemers hebben op grond van de cafetariaregeling gekozen voor een vaste maandelijkse reiskostenvergoeding in plaats van een deel van hun brutoloon. Mag deze vergoeding hetzelfde blijven?Ja. U mag blijven uitgaan van het reispatroon waarop de vergoeding gebaseerd was, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: De maatregelen vanwege de coronacrisis gelden nog. Uw werknemers hebben vóór 13 maart 2020 hun keuze gemaakt. Het maakt hierbij niet uit of u de vergoeding onderbouwt met een onderzoek naar de daadwerkelijke reizen, of berekent volgens methode 1 of 2 in onderdeel 21.1.2 van het Handboek Loonheffingen 2020. Een of meer van mijn werknemers krijgen aan het einde van het jaar met terugwerkende kracht een forfaitaire reiskostenvergoeding over 2020. Mag ik dan de dagen waarop deze werknemers thuis werkten door de coronacrisis, toch meetellen als reisdagen?Nee. Want u hebt de vergoeding niet vóór 13 maart 2020 toegekend aan uw werknemers. Het maakt hierbij niet uit of u de vergoeding berekent volgens methode 1 of 2 in onderdeel 21.1.2 van het Handboek Loonheffingen 2020. U kunt wel een onbelaste vergoeding geven voor de daadwerkelijk gereisde kilometers tegen € 0,19 per kilometer. Geeft u een hogere vergoeding, dan is het deel boven € 0,19 belast. Een of meer van mijn werknemers kiezen er op grond van de cafetariaregeling voor hun eindejaarsuitkering 2020 om te laten zetten in een vaste reiskostenvergoeding over 2020. Mag ik dan de dagen waarop deze werknemers thuis werkten door de coronacrisis, toch meetellen als reisdagen?Dat hangt ervan af wanneer uw werknemers hun keuze hebben gemaakt. Hebben uw werknemers hun keuze gemaakt vóór 13 maart 2020? Dan mag u de thuiswerkdagen meetellen als reisdagen. Het maakt hierbij niet uit of u de vergoeding berekent volgens methode 1 of 2 in onderdeel 21.1.2 van het Handboek Loonheffingen 2020. Hebben uw werknemers hun keuze gemaakt op 13 maart 2020 of daarna? Dan mag u de thuiswerkdagen níet meetellen als reisdagen. U kunt wel toestaan dat uw medewerkers de eindejaarsuitkering 2020 omzetten in een onbelaste vergoeding voor de daadwerkelijk gereisde kilometers tegen € 0,19 per kilometer. OV-abonnementenIk heb voor 1 of meer van mijn werknemers een OV-abonnement betaald of vergoed. Mag ik dan de dagen waarop deze werknemers thuis werkten door de coronacrisis, toch meetellen als reisdagen?Ja, dat mag als u het OV-abonnement vóór 13 maart 2020 hebt betaald of vergoed. Of een OV-abonnement dat u voor uw werknemers betaalt of vergoedt, onbelast is, hangt af van de kosten van de zakelijke reizen die zij maken met het abonnement. In onderdeel 21.2.1 van het Handboek Loonheffingen 2020 leest u hoe u dit kunt beoordelen. Bij deze beoordeling mag u uitgaan van het zakelijke reispatroon dat uw werknemers normaal gesproken zouden hebben gehad. Voorzieningen voor thuiswerkenIk betaal voor mijn werknemers hulpmiddelen waarmee zij tijdens de coronacrisis thuis kunnen werken. Of ik geef een vergoeding voor hulpmiddelen die zij zelf kopen. Moet ik dit meetellen bij het belastbaar loon van mijn werknemers?Gereedschappen, computers, mobiele communicatiemiddelen en dergelijke apparatuur die u aan uw werknemers geeft, of vergoedingen daarvoor, hoeft u níet mee te tellen bij het belastbaar loon als deze hulpmiddelen voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium. Of als zij voor ten minste 90% zakelijk worden gebruikt. Hulpmiddelen die voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium zijn hulpmiddelen waarvoor het volgende geldt: Naar uw redelijke oordeel kan een werknemer zijn werk niet goed doen zonder dit hulpmiddel. U betaalt dit hulpmiddel, of een vergoeding voor dit hulpmiddel, en u berekent de kosten niet door aan uw werknemer. Uw werknemer moet dit hulpmiddel, of (een deel van) de vergoeding, aan u teruggeven wanneer hij het hulpmiddel niet meer nodig heeft voor zijn werk. Of hij moet dan de restwaarde van dit hulpmiddel aan u betalen. Hulpmiddelen die voor ten minste 90% zakelijk worden gebruikt zijn hulpmiddelen die de werknemer ook buiten zijn werkplek kan gebruiken, maar die hij voor ten minste 90% zakelijk gebruikt. Zo valt een bureaustoel niet onder het noodzakelijkheidscriterium. Een bureaustoel is namelijk geen gereedschap. Gereedschap wordt gebruikt om iets te maken, te meten of te controleren. Een bureaustoel valt ook niet onder de hulpmiddelen die voor ten minste 90% zakelijk worden gebruikt. Want uw werknemer gebruikt die bureaustoel niet (ook) op een werkplek. De werkruimte thuis geldt níet als een werkplek. Een bureaustoel kan wel vallen onder voorzieningen die ervoor zorgen dat de werkruimte thuis voldoet aan de eisen van de Arbowet. Ik geef mijn werknemers een vergoeding voor hulpmiddelen waarmee zij tijdens de coronacrisis thuis kunnen werken en die zij zelf kopen. Deze hulpmiddelen voldoen nu aan het noodzakelijkheidscriterium. Als mijn werknemers na de coronacrisis weer op hun vaste werkplek werken, moet ik de vergoeding dan (deels) meetellen bij hun belastbaar loon?Dat hangt ervan af of de hulpmiddelen nog steeds voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium wanneer uw werknemers weer op hun vaste werkplek werken. Hebben uw werknemers naar uw redelijke oordeel een hulpmiddel niet meer nodig om hun werk goed te kunnen doen? Dan moeten uw werknemers een deel van de vergoeding aan u terugbetalen, of de restwaarde van het hulpmiddel aan u betalen. Als dat niet gebeurt, telt u de restwaarde vanaf het moment dat het hulpmiddel niet meer noodzakelijk is mee bij het belastbare loon van uw werknemers. U kunt de restwaarde ook aanwijzen als eindheffingsloon. Hebben uw werknemers naar uw redelijke oordeel het hulpmiddel nog steeds nodig om hun werk goed te kunnen doen? Dan hoeft u de vergoeding nog steeds niet mee te tellen bij het belastbare loon van uw werknemer. Voorbeeld (1)Een van uw werknemers koopt een laptop van € 1.000. U vergoedt deze aankoop. Uw werknemer werkt een half jaar thuis met de laptop. Na de coronacrisis gaat ze weer op kantoor werken. U besluit dat uw werknemer niets hoeft terug te geven van de vergoeding. In plaats daarvan telt u de restwaarde van de laptop vanaf het moment dat de laptop niet meer noodzakelijk is voor het werk mee bij het belastbare loon van uw werknemer.Stel dat de levensduur van de laptop 3 jaar is en de restwaarde na die 3 jaar € 100. De afschrijving per jaar is € 300, dus de afschrijving over het eerste halfjaar is € 150. De restwaarde van de laptop na het eerste halfjaar is € 850. Dit bedrag telt u op bij het belastbare loon. Voorbeeld (2)Een van uw werknemers koopt een beeldscherm van € 300 zodat hij beter thuis kan werken. U vergoedt deze aankoop. Uw werknemer werkt een half jaar thuis. Na de coronacrisis gaat hij gedeeltelijk weer op kantoor werken. Maar hij spreekt met u af dat hij ook gedeeltelijk blijft thuiswerken. U stemt daarmee in omdat u overtuigd bent geraakt van het nut van thuiswerken. Naar uw redelijke oordeel blijft het beeldscherm ook na de coronacrisis noodzakelijk. De vergoeding hiervoor telt dus nog steeds niet mee voor het belastbare loon van uw werknemer. Ik betaal of vergoed voor mijn werknemers hulpmiddelen waarmee zij tijdens de coronacrisis thuis kunnen werken. Kan ik aan hen vragen hiervoor een eigen bijdrage te betalen uit hun individuele keuzebudget (IKB)?Dat hangt ervan af of de hulpmiddelen voldoen aan het noodzakelijkheidscriterium. Betaalt of vergoedt u een hulpmiddel dat een werknemer nodig heeft om zijn werk goed te kunnen doen? Dan zijn de kosten hiervan voor u. Werknemers kunnen een noodzakelijk hulpmiddel níet (gedeeltelijk) betalen uit hun IKB. Heeft een werknemer een hulpmiddel wel nodig voor zijn werk, maar kiest hij voor een duurdere uitvoering dan u noodzakelijk vindt? Dan kunt u uw werknemer voor het verschil een eigen bijdrage uit zijn nettoloon vragen. Die eigen bijdrage kan hij na brutering betalen uit zijn IKB. In dat geval hoort de gebruteerde bijdrage bij het belastbare loon van uw werknemer. Voldoet een hulpmiddel niet aan het noodzakelijkheidscriterium? Dan kunt u uw werknemer voor de kosten van dat hulpmiddel een eigen bijdrage uit zijn nettoloon vragen. De factuurwaarde van het hulpmiddel, verminderd met de eigen bijdrage, hoort bij het belastbare loon van uw werknemer (de waarde kan niet lager dan nul zijn). Als u uw werknemer om een bijdrage vraagt uit zijn IKB hoort de factuurwaarde van het hulpmiddel bij het belastbare loon van uw werknemer. U telt het hulpmiddel en de bijdrage níet op bij het belastbare loon van uw werknemer als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: Uw werknemer kan het hulpmiddel op en buiten de werkplek gebruiken. Uw werknemer gebruikt het hulpmiddel voor meer dan 90% zakelijk. U als werkgever moet bewijzen dat dat zo is. ArbovrijstellingIk betaal of vergoed voorzieningen die ervoor zorgen dat de thuiswerkplek van 1 of meer van mijn werknemers voldoet aan de eisen van de Arbowet. Moet ik dit meetellen bij het belastbaar loon van die werknemers?Zulke voorzieningen tellen niet mee voor het belastbaar loon van uw werknemers als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: De voorzieningen hangen samen met de verplichtingen die u hebt op grond van de Arbowet. Uw werknemer betaalt geen eigen bijdrage voor die voorzieningen. De inrichting van de werkruimte thuis voldoet, onder andere door deze voorzieningen, aan de volgende eisen van het Arbeidsomstandighedenbesluit: de werkruimte van een thuiswerker is zodanig ingericht, dat de werknemer zo veel mogelijk zittend en op een ergonomisch verantwoorde manier zijn werk kan doen. De werknemer heeft een doelmatige zitgelegenheid en een doelmatig werkblad of een doelmatige werktafel. In de werkruimte zijn de nodige voorzieningen aanwezig voor een doelmatige kunstverlichting. Privégebruik autoIk heb een auto ter beschikking gesteld aan een werknemer. Deze auto staat vanwege de coronacrisis lang stil. Dit kan tot technische problemen leiden. Als mijn werknemer een rit met de auto maakt om dat te voorkomen, geldt dat dan als zakelijk gebruik van de auto?Ja, als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: U geeft opdracht voor deze rit. U kunt aannemelijk maken dat u hiervoor zakelijke redenen hebt. Uw werknemer verantwoordt deze rit in de kilometeradministratie. Normaal pas ik de ‘achter het hek’-regeling toe voor de leaseauto’s die ik ter beschikking stel aan mijn werknemers. Maar tijdens de coronacrisis werken mijn werknemers vooral vanuit huis. Daardoor staan deze auto’s niet meer ‘achter het hek’, maar nemen mijn werknemers ze mee naar huis. Wat zijn hiervan de gevolgen voor de fiscale bijtelling?In de periode dat uw medewerkers de leaseauto’s mee naar huis nemen, zijn deze auto’s aan hen ter beschikking gesteld. U moet dan een bepaald bedrag optellen bij het belastbare loon van uw werknemers voor het privégebruik van de auto’s. Rijdt een werknemer op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé met een ter beschikking gestelde auto? Dan hoeft u geen bedrag op te tellen bij zijn belastbare loon. Uw werknemer kan bewijzen dat hij op kalenderjaarbasis niet meer dan 500 kilometer privé rijdt met behulp van een sluitende rittenregistratie. Maar dat kan ook op andere manieren. Als een auto voor een deel van het kalenderjaar ter beschikking staat van een werknemer, moet hij voor dat deel van het kalenderjaar berekenen hoeveel kilometers hij privé mag rijden. Mijn werknemers hebben de aan hen ter beschikking gestelde auto’s tijdens de coronacrisis vrijwillig ingeleverd. De auto’s staan in de afgesloten garage van ons bedrijf en de sleutels zijn ingeleverd. Wat zijn hiervan de gevolgen voor de fiscale bijtelling?In deze situatie zijn de auto’s niet meer ter beschikking gesteld aan uw werknemers. Voor de periode waarin dat het geval is, hoeft u in uw aangifte loonheffingen dus geen bedrag op te tellen bij het belastbare loon van uw werknemers voor het privégebruik van de auto’s. Dit geldt niet bij een bv en haar directeur-grootaandeelhouder(DGA). De DGA kan immers gebruik blijven maken van de auto.Tue, 15 Sep 20 11:30:00 +0200


Corona-ontslag manager restaurantketen

Op 14 maart 2020 zijn de managers van een keten van hamburgerrestaurants gewaarschuwd om de interne berichtgeving over komende maatregelen zorgvuldig in de gaten te houden. Op 15 maart 2020 heeft de minister aangekondigd dat alle eet- en drinkgelegenheden in Nederland vanaf 18:00 uur de deuren sluiten en gesloten blijven tot en met 6 april. Desondanks heeft de assistent manager op 16 maart het restaurant geopend. Hij wordt op staande voet ontslagen.De restaurantketen verwijt de manager dat hij (1) in strijd met de afgekondigde overheidsmaatregelen en heldere instructies en ondanks mededelingen van een directe collega toch het restaurant op 16 maart 2020 geopend heeft, (2) geen contact heeft opgenomen met zijn leidinggevende, waardoor medewerkers en gasten in gevaar zijn gebracht door verhoging van de kans op besmetting en (3) het veroorzaken van imagoschade. De rechter is het met de manager eens dat na de persconferentie van 15 maart 2020 niet geheel duidelijk was of de gedwongen sluiting ook volledig gold voor restaurants met een drive thru- en/of home delivery faciliteit. Maar de manager had bij zorgvuldige lezing van de interne berichten die hij daarna ontving kunnen weten dat de restaurants in ieder geval tot 6 april 2020 gesloten zouden blijven en alleen afhalen via drive thru en thuisbezorging toegestaan was. De manager had op z’n minst de moeite moeten nemen om via zijn leidinggevende of het hoofdkantoor bevestigd te krijgen dat tot opening kon worden overgegaan. Door dit na te laten, verschenen niet alleen negatieve berichten op social media over zijn vestiging maar ontstonden daar ook gezondheidsrisico’s voor collega’s en gasten. De manager heeft daarmee een gevaarzettende situatie in het leven geroepen. De rechter is van oordeel dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven.Tue, 22 Sep 20 11:30:00 +0200


Nieuw steun- en herstelpakket

De impact van het coronavirus op banen en economie houdt aan en de economische recessie is voorlopig niet voorbij. Daarom komt het kabinet met een steun- en herstelpakket voor ondernemers en werkenden, dat volgt op de twee eerdere noodpakketten. Het nieuwe pakket loopt tot in 2021 en is gestoeld op drie pijlers: steun, helpen aanpassen en investeren.Coronaregelingen voor ondernemers en werknemers vanaf 1 oktober 2020 NOW (tegemoetkoming loonkosten)De regeling wordt met negen maanden verlengd, met drie keer drie maanden. In die periode wordt de NOW geleidelijk afgebouwd, zodat ondernemers en werkenden tijd en ruimte hebben om zich aan te passen. Lees verder: Alle voorwaarden & aanpassingen NOW. Tozo (inkomensondersteuning zelfstandigen)Deze regeling wordt ook negen maanden verlengd, tot en met 30 juni 2021, en kent een toets op beschikbare geldmiddelen. Gemeenten bieden vanaf 1 januari 2021 extra dienstverlening aan zelfstandig ondernemers, zoals bij- of omscholing en heroriëntatie. Lees verder: Alle voorwaarden & aanpassingen Tozo. TVL (tegemoetkoming vaste lasten MKB)De belastingvrije tegemoetkoming wordt opnieuw ingezet en het maximale bedrag per bedrijf per drie maanden wordt verhoogd naar € 90.000. De regeling wordt met drie keer drie maanden verlengd tot en met 30 juni 2021 en in die periode geleidelijk afgebouwd, zodat ondernemers tijd en ruimte hebben om zich aan te passen. Lees verder: Alle voorwaarden & aanpassingen TVL. Borgstellingen, leningen en garantiefondsen De extra, verruimde of meer toegankelijke kredietverlening en -garanties aan kleine en middelgrote bedrijven voor voldoende liquiditeit (BMKB-C, GO-C en KKC) blijven ook na 1 oktober 2020 beschikbaar. Lees verder alle voorwaarden & aanpassingen: BMKB, GO-C en KKC. BelastingmaatregelenOndernemers kunnen tot 1 oktober 2020 belastinguitstel aanvragen. Daarmee loopt het uitstel op uiterlijk 1 januari 2021 af. Ondernemers moeten echter niet alsnog in de knel komen bij het terugbetalen en krijgen met twee jaar ruim de tijd om de opgebouwde belastingschuld weer af te lossen. De tijdelijke verlaging van invorderingsrente naar bijna nul wordt verlengd tot en met 31 december 2021, zodat ondernemers met zo min mogelijk extra kosten worden geconfronteerd. Lees verder: Meer informatie over belastinguitstel voor ondernemers.Fri, 11 Sep 20 11:30:00 +0200


Contact

WPE

Adviseurs & Accountants

Oude Barneveldseweg 85

3862 PS Nijkerk

info@WPENijkerk.nl

033 - 245 67 37

Kvk nummer: 32145482

Btw nr.: NL 8107.85.158.B.01