Meer nieuws

Rapportage Toezichtsplan Arbeidsrelaties

De Belastingdienst heeft sedert juli 2018 volgens het Toezichtsplan Arbeidsrelaties 104 bedrijven bezocht. De uitkomsten zijn onlangs gerapporteerd aan de Tweede Kamer. De resultaten van de bedrijfsbezoeken dienen als input voor de nieuwe toezicht- en handhavingsstrategie. Bij een meerderheid van de bezochte opdrachtgevers is in meer of mindere mate sprake van onjuist handelen. Wat is er geconstateerd?Samengevat zijn de resultaten van de 104 bedrijfsbezoeken: Bij slechts 45 bedrijfsbezoeken gaf de opdrachtgever blijk van voldoende kennis en ervaring met de wet DBA en gaf hij aan de wettelijke bepalingen ook juist toe te passen. Bij de overige 59 bedrijfsbezoeken leek sprake van in meer of mindere mate onjuist handelen. Hiervan is bij 12 bedrijfsbezoeken, op basis van het gesprek, geconstateerd dat de opdrachtgever de arbeidsrelatie niet juist heeft gekwalificeerd. In de gevallen van (vermoedelijk) onjuist handelen gaat het om: Er zijn aanwijzingen voor de aanwezigheid van een gezagsverhouding, terwijl er volgens de gebruikte overeenkomst geen gezagsverhouding zou zijn. Zzp’ers verrichten dezelfde werkzaamheden en op dezelfde wijze als eigen werknemers. Er is sprake van kernactiviteiten, de werkzaamheden betreffen een wezenlijk onderdeel van de bedrijfsvoering, wat een aanwijzing kan zijn voor werken in dienstbetrekking. Er is geen vervanging van de zzp’er mogelijk of wenselijk, en er lijkt tevens sprake te zijn van gezag. De zzp’er heeft geen mogelijkheid om zelfstandig zijn werk in te delen. De duur van arbeidsrelatie is dermate lang dat het werk van de zzp’er lijkt te zijn ingebed in de organisatie. Er lijkt sprake van een fictieve dienstbetrekking. Er wordt niet conform de modelovereenkomst gewerkt. Na invoering van de in het Regeerakkoord aangekondigde maatregelen ter vervanging van de Wet DBA wordt het huidige handhavingsmoratorium gefaseerd afgebouwd. Tip: De Belastingdienst handhaaft nu nog niet op de juiste kwalificatie van de arbeidsrelatie voor de loonheffingen, met uitzondering van ‘kwaadwillendheid’. Gezien de bovenstaande conclusies is dat voor de meeste opdrachtgevers maar goed ook. Voor de zomer van 2019 komt de Staatssecretaris met informatie over de nieuwe toezicht- en handhavingsstrategie van de Belastingdienst en de afbouw van het handhavingsmoratorium.Tue, 19 Mar 19 11:30:00 +0100


Bovenmatig lenen aan eigen BV: uitspraak

Een directeur grootaandeelhouder (DGA) heeft een holding-BV. Deze neemt samen met BV’s van de kinderen deel in een werk-BV in grond-, water-, geo- en funderingstechniek. De DGA verstrekt vanuit privé een achtergestelde lening van € 550.000 aan de werk-BV. De werk-BV hoeft geen zekerheden te stellen. Vijf jaar later gaan de holding-BV en de werk-BV failliet. Kan de DGA het verlies op zijn lening aftrekken?Volgens de Belastingdienst is dat niet het geval. Partijen gaan naar de rechter. Ten tijde van het verstrekken van de lening ging het al niet zo best met de werk-BV. De vermogenspositie was negatief. Van stille reserves en goodwill was geen sprake. Het verhaal van de DGA dat de werk-BV een zonnige toekomst had, kan hij niet goed onderbouwen. Er kan geen rente worden bepaald waaronder een onafhankelijke derde bereid zou zijn geweest eenzelfde lening te verstrekken, onder verder dezelfde voorwaarden en omstandigheden. Daarom neemt de rechter aan dat de DGA een debiteurenrisico op zich nam dat een derde niet zou hebben genomen. Dat deed hij vanuit zijn aandeelhoudersbelang in een poging de werk-BV overeind te houden. Het voorgaande betekent dat de lening als onzakelijk moet worden gekwalificeerd, zodat deze niet ten laste van het inkomen van de DGA kan worden afgewaardeerd tot nihil. Let op: Geld lenen aan uw BV dient zakelijk te zijn. Dat is globaal gezegd het geval als een onafhankelijke derde die lening op dat moment onder vergelijkbare voorwaarden aan de BV zou kunnen verstrekken. De Belastingdienst toetst achteraf, als het verkeerd is gegaan. In de praktijk bent u dan aan zet om aan te tonen dat de lening ten tijde van het verstrekken toch zakelijk was. Zorg daarom al bij het verstrekken van de lening voor een goed dossier.Thu, 21 Mar 19 11:30:00 +0100


Bovenmatig lenen van uw BV: wetsvoorstel

Ondernemers met een eigen BV (DGA’s) betalen vanaf 2022 belasting als ze bovenmatig lenen van hun BV. Door de bankrekening van de BV leeg te halen in de vorm van een lening aan de BV in plaats van als dividend of als loon, kunnen DGA’s nu box 2-heffing uitstellen of zelfs afstellen. Een wetsvoorstel wil hieraan een halt toeroepen. Wat zijn de hoofdlijnen?Als de totale som van de schulden van de aanmerkelijkbelanghouder aan zijn eigen BV meer dan € 500.000 bedraagt, wordt dat meerdere direct als Box  2-inkomen belast. De grens van € 500.000 geldt voor de DGA en zijn partner tezamen. Er geldt een uitzondering voor eigen woningschulden aan de eigen BV. Daarvoor is vereist dat de BV een recht van hypotheek tot zekerheid van de eigenwoningschuld heeft. Die hypotheek-eis geldt niet voor op 31 december 2021 bestaande eigen woningschulden bij de eigen BV. Tip: Het wetsvoorstel is onlangs in internetconsultatie gegaan. Mensen kunnen tot 1 april 2019 reageren. Naar verwachting wordt over enkele maanden de definitieve versie van het wetsvoorstel ingediend. We houden u op de hoogte.Fri, 15 Mar 19 11:30:00 +0100


Belastingdienst informeert bij uw arts, mag dat?

In uw aangifte inkomstenbelasting hebt u een forse aftrekpost wegens medische kosten opgenomen. De Belastingdienst stelt daarover vragen aan uw arts. Mag dat? Hoe zit het met uw privacy? Hierover heeft Staatssecretaris Snel Kamervragen beantwoord.Een belastinginspecteur mag contact opnemen met een arts om bijvoorbeeld de juistheid van aftrek voor een dieet te controleren. De arts mag weigeren daarover informatie te geven. De informatieplicht ten behoeve van de belastingheffing van derden geldt niet voor degenen die een geestelijk ambt bekleden, notaris, advocaat, arts of apotheker zijn. Zij mogen zich, als zij uit hoofde van hun ambt, stand of beroep tot geheimhouding verplicht zijn, beroepen op het verschoningsrecht en derhalve weigeren aan de informatieplicht te voldoen. Door dit verschoningsrecht wordt de privacy van een belastingplichtige gewaarborgd. De Staatssecretaris kan niet toezeggen dat de inspecteur nooit zelfstandig artsen zal vragen om informatie over belastingplichtigen, zodat de privacy altijd geborgd blijft en mensen geen zorg mijden wegens angst voor problemen met de fiscus. Dat is volgens hem niet nodig. Informatie die de inspecteur opvraagt, mag alleen in het kader van de belastingheffing worden gebruikt. De privacy van belastingplichtige blijft geborgd doordat de inspecteur tot geheimhouding van alle informatie die hij heeft verplicht is. De Belastingdienst neemt deze geheimhoudingsplicht en de privacy van belastingplichtigen uitermate serieus. Let op: Het is dus aan de arts om te bepalen of hij op verzoek van de Belastingdienst informatie over u verstrekt. Hij is daartoe niet verplicht.Thu, 07 Mar 19 11:30:00 +0100


Vier jaar zzp-er bij Rabobank: ondernemer?

Een financieel adviseur heeft tot en met het 2014 een VAR-winst uit onderneming ontvangen voor zijn activiteiten op het terrein van detachering aan banken, verzekeraars en bedrijven. In 2011 had hij via een vaste tussenpersoon ruim vier jaar achter elkaar voor verschillende vestigingen van de Rabobank gewerkt. Na een controle stelt de Belastingdienst dat sprake is van loon uit dienstbetrekking.Dat zou betekenen dat de geclaimde investeringsaftrek, zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling vervallen. Bovendien zou de drempel voor de ziektekosten hoger worden, waardoor ook de persoonsgebonden aftrek zou vervallen. Partijen gaan naar de rechter. De rechter onderzoekt de raamovereenkomst met de tussenpersoon en de afspraken met de opdrachtgevers. Van een zelfstandig, als ondernemer, uitgeoefend beroep is sprake, indien de werkzaamheden door de adviseur zelfstandig en voor eigen rekening worden verricht en hij daarbij ondernemersrisico loopt. Tegen zelfstandigheid Op grond van de raamovereenkomst is de adviseur ten opzichte van de tussenpersoon gebonden aan een relatiebeding en een informatieplicht. De opdrachtbevestiging die de tussenpersoon heeft opgesteld, bevat afspraken over de arbeidstijden, het tarief, de reis- en overnachtingskosten, de procedures rond urenstaten en de facturering van de gewerkte uren. Bovendien staat hierin dat de adviseur de werkzaamheden namens de tussenpersoon uitvoert. En in opdrachtformulieren van de tussenpersoon staat duidelijk wat de taken zijn. De adviseur kan zich door strikte regulering van de bancaire sector (verplichte screening van medewerkers) moeilijk laten vervangen in geval van ziekte of verhindering. Voor zelfstandigheid In de raamovereenkomst staat uitdrukkelijk dat partijen geen arbeidsovereenkomst hebben willen afsluiten, tussen hen geen gezagsverhouding bestaat en, wanneer belanghebbende een opdracht tot het verrichten van werkzaamheden aanvaardt, tussen hen een overeenkomst van opdracht tot stand komt voor de duur van de overeengekomen werkzaamheden. De raamovereenkomst biedt de adviseur uitdrukkelijk geen zekerheid over het aantal opdrachten. Hij krijgt alleen betaald als hij de overeengekomen werkzaamheden heeft verricht. Dit geldt ook in geval van ziekte, zodat hij een arbeidsongeschiktheidsrisico loopt. Ook is hij zelf aansprakelijk jegens opdrachtgevers. Daarvoor heeft hij een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Hij onderhandelt zelf met opdrachtgevers over het tarief en met de tussenpersoon over diens aandeel daarin. De adviseur bepaalt zelf of hij een nieuwe opdracht aanvaardt. Hij loopt ook een zeker incassorisico. Als zijn urenstaten niet door de opdrachtgever worden geaccordeerd, krijgt hij niet betaald. De adviseur krijgt ook via andere partijen in de markt (interim) opdrachten in het bank- en verzekeringswezen, en rechtstreeks via zijn eigen netwerk. Wanneer de adviseur een opdracht via zijn eigen netwerk krijgt, maken opdrachtgevers soms gebruik van de tussenpersoon voor de administratieve en financiële afwikkeling van de opdracht. Conclusie Volgens het Gerechtshof verricht de adviseur zijn werkzaamheden via de tussenpersoon voldoende zelfstandig en voor eigen rekening en loopt hij daarbij ondernemersrisico. De tussenpersoon heeft feitelijk slechts een bemiddelings- en kassiersfunctie. Niet gebleken is dat de tussenpersoon een instructiebevoegdheid heeft, laat staan dat die zo ver reikt dat sprake is van een gezagsverhouding. Kortom: de Belastingdienst wordt volledig in het ongelijk gesteld. Tip: Fiscaal ondernemerschap is ook mogelijk bij het verrichten van langdurige opdrachten via een zelfde tussenpersoon. De rechter weegt de juridische vastlegging en de feitelijke  werkzaamheden zeer zorgvuldig. Deskundig advies vooraf kan teleurstellingen voorkomen.Fri, 01 Mar 19 11:30:00 +0100


Contact

WPE

Adviseurs & Accountants

Oude Barneveldseweg 85

3862 PS Nijkerk

info@WPENijkerk.nl

033 - 245 67 37

Kvk nummer: 32145482

Btw nr.: NL 8107.85.158.B.01