Meer nieuws

Verhuur 1.100 garageboxen geen onderneming

Een B.V. verhuurt ongeveer 1.100 garageboxen en 57 bedrijfsruimten. De totale waarde van het vastgoed is circa € 10.000.000. De directeur-grootaandeelhouder (DGA) verzoekt de Belastingdienst om de zogenaamde geruisloze terugkeer van de vastgoedonderneming uit de B.V. Dat verzoek wordt afgewezen. Volgens de Belastingdienst is geen sprake van een onderneming.Het geschil verplaatst zich naar de rechter. Is sprake van normaal actief vermogensbeheer of van een fiscale onderneming? De bewijslast hiervoor legt de rechter bij de DGA. Hij verzoekt immers om toepassing van een bijzondere regeling. De rechtbank overweegt dat de portefeuille aanzienlijk is. Verhuur van 1.100 garageboxen genereert meer werk dan de verhuur van slechts enkele garageboxen. Maar de aard van de werkzaamheden is niet substantieel anders. Het blijft gaan om het adverteren, het opmaken van huurovereenkomsten, het onderhouden van contacten met huurders, het innen van huren en het (doen) uitvoeren van onderhoud. Dit zijn activiteiten die tot een normaal vermogensbeheer behoren. Enkel de omvang van de vastgoedportefeuille kan niet tot de conclusie leiden dat sprake is van een materiële onderneming. Naast de garageboxen verhuurt de B.V. 57 bedrijfsruimten. Een klein deel daarvan is in de voorbije jaren opgesplitst in kleinere verhuurbare units. Volgens de rechtbank is dat inspelen op de behoefte in de markt, maar nog geen projectontwikkeling. En al zou het dat wel zijn, binnen het geheel van activiteiten gaat het om incidenten. De portefeuille genereert als geheel niet meer rendement dan bij normaal vermogensbeheer. Berekeningen van de DGA komen tot een hoger rendement, maar die elimineren ten onrechte de uitgekeerde salarissen. Ook relateert hij de gerealiseerde opbrengst ten onrechte aan de historische kostprijs in plaats van aan de werkelijke waarde. Al met al is er volgens de rechtbank geen sprake van werkzaamheden die onmiskenbaar ten doel hebben het behalen van een rendement dat het bij normaal vermogensbeheer opkomende voordeel te boven gaat. Tip: Een activiteit die u via een B.V. uitoefent, is niet altijd een onderneming in fiscale zin. Dat kan pijnlijk duidelijk worden als u gebruik wilt maken van fiscale regelingen die alleen voor fiscale ondernemingen bedoeld zijn. Dan kan de fiscus, soms terecht, dwars gaan liggen.Tue, 11 Dec 18 11:30:00 +0100


Zelfstandig of loondienst: voortgang wet DBA

Zelfstandigen en hun opdrachtgevers willen graag duidelijkheid over de juridische en fiscale gevolgen van hun samenwerking. Het kabinet heeft belangrijke voorstellen gedaan om die duidelijkheid te bevorderen. Wat is de stand van zaken? Gaat er per 1 januari 2019 al iets wijzigen?Hierover heeft de Kamer onlangs een brief ontvangen. In het kort gaat het om de volgende vier maatregelen: OpdrachtgeversverklaringVia een webmodule kunnen opdrachtgevers een opdrachtgeversverklaring verkrijgen, als uit beantwoording van de vragen blijkt dat er geen sprake is van een dienstbetrekking. De opdrachtgeversverklaring is geldig voor zover de webmodule naar waarheid is ingevuld en er in de praktijk dienovereenkomstig wordt gewerkt. De uitwerking hiervan ligt op schema en de verwachting is dat deze eind 2019 gereed is. Voor de zomer 2019 volgt hier meer informatie over. Dan wordt ook duidelijk of en hoe het tot 1 januari 2020 lopende uitstel van de handhaving een vervolg krijgt.    Verduidelijking gezagZoals afgesproken in het regeerakkoord, wordt verduidelijkt wanneer er sprake is van een gezagsverhouding. Daarmee krijgen opdrachtgevers een handvat om zelf te beoordelen of er sprake is van een dienstbetrekking. Het gezagscriterium wordt verduidelijkt per 1 januari 2019 en opgenomen in het Handboek loonheffingen van de Belastingdienst. Uiterlijk per 1 januari 2019 wordt een uitgebreide toelichting in de vorm van een bijlage toegevoegd aan dit Handboek. Arbeidsovereenkomst bij laag tarief (ALT) Het is de bedoeling dat het straks niet meer mogelijk is om langdurig zelfstandigen in te huren tegen een laag tarief. Hiermee wordt beoogd aan de onderkant van de arbeidsmarkt schijnzelfstandigheid en concurrentie op arbeidsvoorwaarden tegen te gaan. Volgens het kabinet is er bij nader inzien een substantieel risico dat de ALTmaatregel strijdig is met EU-recht. Daarom gaat het kabinet ook alternatieve routes verkennen. Beoogd wordt de wetgeving voor de onder- en bovenkantmaatregelen in de eerste helft van 2019 uit te zetten voor internetconsultatie. In dat geval zal deze per 1 januari 2021 in werking kunnen treden. Opt-outAan de bovenkant van de arbeidsmarkt komt er voor zelfstandig ondernemers onder voorwaarden een opt-out van de loonheffing en premies werknemersverzekeringen. Dit biedt opdrachtnemers aan de bovenkant van de arbeidsmarkt en hun opdrachtgevers extra zekerheid. De ALT en opt-out zullen samen in wetgeving worden vormgegeven. Tip: Per 1 januari 2019 geeft een bijlage bij het Handboek loonheffingen u als opdrachtgever of zelfstandige meer houvast om zelf te kunnen bepalen of in uw geval sprake is van een gezagsverhouding.Fri, 07 Dec 18 11:30:00 +0100


Arbeidscontract: 0 of 36 uren?

Een vrouw is per 1 juni voor zes maanden bij een instelling in dienst getreden als zorgcoördinator. Ze werkt tegen een in de cao vastgesteld uurloon. Eind juli krijgt ze een betaling en een loonstrook over juni op basis van 156 loonuren. Op 31 augustus meldt ze zich ziek en ze werkt niet meer tot 1 december, de datum waarop haar contract eindigt. Tot die datum wil ze betaald worden. De werkgever weigert.RechtsvermoedenVoor gevallen waarin de omvang van de arbeid niet of niet eenduidig is overeengekomen, biedt de wet een rechtsvermoeden. Als de arbeidsovereenkomst ten minste drie maanden heeft geduurd, wordt vermoed dat de bedongen arbeid een omvang heeft gelijk aan de gemiddelde arbeidsomvang per maand in de voorafgaande drie maanden. In dit geval levert dit niets op, aangezien mevrouw nog geen drie maanden had gewerkt. Bewijs 36-urige werkweekHoe bewijst de vrouw dat sprake was van een arbeidsovereenkomst met een omvang van 36 uur per week? Ze komt met drie e-mails aan de boekhouder van werkgever waarin ze heeft geschreven dat zij een “36 uur contract” heeft. Daarop is noch door de boekhouder noch door werkgever ontkennend gereageerd. De loonstrook over de maand juli was aanvankelijk gebaseerd op 36 uur per week. Pas later is deze veranderd in een loonstrook met een voorschotbetaling. Uit de loonstrook over juni 2017 blijkt dat over die maand 156 uren zijn uitbetaald, wat neerkomt op 36 uur per week. Maar volgens de urenstaat had ze slechts 146 uren gewerkt. Als sprake zou zijn geweest van een oproepcontract, dan zou het voor de hand hebben gelegen dat 146 uren zouden zijn uitbetaald en niet 156 uren. Het hof vindt het verder van belang dat in de praktijk niet werd gewerkt met een (oproep)rooster en geen sprake is geweest van daadwerkelijke oproepen. Mevrouw werkte elke dag, van maandag tot en met vrijdag. Hiermee staat voor het gerechtshof vast dat sprake is van een overeengekomen arbeidsomvang van 36 uur per week. Uitgangspunt is dan ook dat ze over de maanden juli en augustus 2017 aanspraak kan maken op een salaris dat is gebaseerd op een 36-urige werkweek, plus het over deze maanden pro rata opgebouwde vakantiegeld en de structurele eindejaarsuitkering. ZiekteperiodeOver de periode tussen 1 september en 1 december bestrijdt de werkgever met succes dat sprake was van arbeidsongeschiktheid. Mevrouw heeft dus geen recht op loon tijdens haar ziekteperiode. AanzegvergoedingOmdat aanzegging van het einde van haar tijdelijk contract niet heeft plaatsgevonden, eist mevrouw de zogenaamde aanzegvergoeding. De hoogte daarvan is gelijk aan het bedrag van het loon voor één maand. De rechter kent deze vergoeding volledig toe. Tip: Een model of conceptovereenkomst heeft geen bewijskracht. Zorg dus altijd voor een door beide partijen ondertekende arbeidsovereenkomst, ook of juist bij een nulurencontract.  Thu, 13 Dec 18 11:30:00 +0100


Eindejaarstips voor werkgevers

De werkkostenregeling kent een vrije ruimte van 1,2%. Wellicht kunt u deze nog inzetten voor een kerstgratificatie, bonus of een personeelsfeest. Hebt u de vrije ruimte over 2018 al benut, denk dan eens aan een nieuwjaarsgeschenk of nieuwjaarsborrel. Dan vult u uiteraard al wel uw vrije ruimte 2019 in. Het maakt overigens fiscaal nogal wat uit of u zo’n feest binnenshuis of buiten de deur houdt. Wat zijn andere aandachtspunten? Bijtelling dure elektrische auto wijzigt Als er werknemers zijn die de beschikking krijgen over een dure elektrische auto, maak dan haast. Als u de auto in 2018 aanschaft, houden ze vijf jaar een bijtelling van slechts 4% over de gehele cataloguswaarde. Schaft u de auto in 2019 aan, dan betalen ze over het meerdere van de catalogusprijs boven € 50.000 22% bijtelling. Fiets van de zaak uitstellen Vanaf 2020 betaalt de werknemer, als hij de beschikking krijgt over een fiets van de zaak, belasting over een bijtelling van 7% van de consumentenadviesprijs van de fiets. Dit geldt alleen als hij de fiets ook voor privé en woon-werkverkeer gebruikt. Als u van deze regeling gebruik wilt maken, wacht dan tot 2020. Tip: Onze selectie van eindejaarstips geeft zeer beknopt de kern weer. Wilt u er mee aan de slag? Neem dan contact met ons op. We bespreken dan of ook u in uw specifieke situatie voordeel kunt behalen.Thu, 22 Nov 18 08:27:20 +0100


Eindejaarstips voor particulieren en ondernemers

De tarieven in de inkomstenbelasting gaan de komende jaren omlaag. De meeste aftrekposten kunt u de komende jaren alleen nog tegen een lager tarief in aftrek brengen. Het is dus raadzaam te onderzoeken of u aftrekposten naar voren kunt halen of inkomen uit kunt stellen. Denk hierbij aan giften, lijfrenten, scholingsuitgaven en specifieke zorgkosten. Wat zijn andere aandachtspunten? Samenvoegen giften en zorgkosten Voor giften en zorgkosten geldt elk kalenderjaar een drempelbedrag. Aftrek is pas mogelijk als u meer uitgeeft. Het kan raadzaam zijn om, als dat kan, deze uitgaven over meerdere jaren te combineren om daardoor de jaardrempel te overschrijden. Schenkingen Voor de schenkbelasting gelden jaarlijks vrijgestelde bedragen. Schenkingen kunt u dus juist beter spreiden, om belastingheffing te voorkomen. Voor schenkingen aan kinderen geldt in 2018 een standaardvrijstelling tot € € 5.363. Maar er is ook een eenmalige verhoogde vrijstelling tot € 25.731. Verder gelden er eenmalige vrijstellingen voor schenkingen ten behoeve van een dure studie (€ 53.602) of ten behoeve van de eigen woning (€ 100.800). Daarvoor gelden bijzondere regels. Extra aflossen op uw hypotheek? Hebt u een relatief lage hypotheekschuld en voldoende vrij beschikbaar geld op de bank, dan kan het verstandig zijn nog dit jaar extra op de hypotheek af te lossen. Daarmee verlaagt u uw vermogen in box 3 en mogelijk de bijtelling eigenwoningforfait.   Tip: Onze selectie van eindejaarstips geeft zeer beknopt de kern weer. Wilt u er mee aan de slag? Neem dan contact met ons op. We bespreken dan of ook u in uw specifieke situatie voordeel kunt behalen.Thu, 22 Nov 18 08:27:20 +0100


Contact

WPE

Adviseurs & Accountants

Oude Barneveldseweg 85

3862 PS Nijkerk

info@WPENijkerk.nl

033 - 245 67 37

Kvk nummer: 32145482

Btw nr.: NL 8107.85.158.B.01