Meer nieuws

Belastingheffing op vermogen nieuwe stijl: overige bezittingen

Voorgesteld is om de belastingheffing op inkomsten uit vermogen per 1 januari 2022 aan te passen. Het leidt tot een afname van het aantal belastingplichtigen in box 3 met 1,35 miljoen. Dat komt met name door de nieuwe behandeling van spaargelden. Er zit een addertje onder het gras. Belastingplichtigen met overige bezittingen, al dan niet gefinancierd met schulden, betalen de rekening.Hoe ziet het nieuwe systeem er uit?Vermogen wordt onderverdeeld in spaargeld, overige bezittingen en schulden. Is het vermogen hoger dan een drempel van 30.846 euro per belastingplichtige, dan is het geheel belast. Het forfaitaire rendement op spaargeld wordt 0,09 procent, op overige bezittingen 5,33 procent en op schulden (min) 3,03 procent. Het zo bepaalde forfaitaire inkomen wordt opgeteld en verminderd met het heffingsvrije inkomen van 400 euro per belastingplichtige. Dan hebben we het belastbare inkomen box 3, dat wordt belast tegen een tarief van 33 procent. Hoe ziet dit sommetje eruit als een alleenstaande een pand verhuurt?Stel, een alleenstaande verhuurt een pand met een waarde van 250.000 euro en een schuld van  50.000 euro. Er is dan een vermogen van 200.000 euro. Dat is hoger dan de drempel van 30.846 euro. Dus het box 3 vermogen is 200.000. Het forfaitaire rendement over overige bezittingen bedraagt 5,33 procent, en dat over schulden 3,03 procent. Dat betekent een inkomen in box 3 van 11.810 euro.  Dat verminderen we met het heffingsvrije inkomen van (maximaal) 400 euro. Resteert een belastbaar inkomen box 3 van 11.410 euro. Dat wordt belast tegen 33 procent. De belasting box 3 is 3.765 euro.   Hoe verhoudt zich dit tot de huidige belastingheffing?Dezelfde alleenstaande verhuurt een pand met een waarde van 250.000 euro en een schuld van  50.000 euro. Er is dan een vermogen van 200.000 euro. Daar trekken we het heffingsvrije vermogen van 30.846 euro vanaf. Dan resteert een rendementsgrondslag van 169.154 euro. Bij deze grondslag hoort een forfaitair rendement van 5.376, dat wordt belast tegen 30 procent. De belasting box 3 is nu 1.612 euro. Dus: in het voorgestelde systeem betaalt deze alleenstaande ruim 2,3 maal zoveel belasting box 3. Gelden de drempel en het heffingsvrije inkomen per belastingplichtige?Jazeker. Bij een echtpaar gaat het dus om een drempel van 61.692 euro en een heffingsvrij inkomen van 800 euro. Als ik mijn overige bezittingen op 31 december 2021 heb omgezet in spaargeld, bespaar ik box 3 belasting?Dat klopt. Over 100.000 euro overige bezittingen betaalt u immers 1.626 euro belasting box 3 en over 100.000 euro spaargeld helemaal niets. Als u vervolgens na 1 januari uw spaargeld weer omzet in beter renderende beleggingen, pleegt u peildatumarbitrage. Het Ministerie van Financiën gaat nog een goede manier bedenken om deze peildatumarbitrage te voorkomen. Let op: Het is nog geen 2022. Het voorstel zal ongetwijfeld nog gewijzigd en aangevuld worden. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.Tue, 17 Sep 19 11:30:00 +0200


Belastingheffing op vermogen nieuwe stijl: spaargeld

U hebt het ongetwijfeld al opgepikt uit de nieuwsrubrieken: met ingang van 2022 is spaargeld tot 440.000 euro belastingvrij. Gelooft u het? Het is nog een voorstel, maar we kunnen het zeer serieus nemen. Hierna beantwoorden we enkele veel gestelde vragen over de nieuwe heffing op spaargeld.Hoe ziet het nieuwe systeem er uit?Vermogen wordt onderverdeeld in spaargeld, overige bezittingen en schulden. Is het vermogen hoger dan een drempel van 30.846 euro per belastingplichtige, dan is het geheel belast. Het forfaitaire rendement op spaargeld wordt 0,09 procent, op overige bezittingen 5,33 procent en op schulden (min) 3,03 procent. Het zo bepaalde forfaitaire inkomen wordt opgeteld en verminderd met het heffingsvrije inkomen van 400 euro per belastingplichtige. Dan hebben we het belastbare inkomen box 3, dat wordt belast tegen een tarief van 33 procent. Hoe ziet dit sommetje eruit bij 440.000 spaargeld van een alleenstaande ?Er is een vermogen van 440.000 euro spaargeld. Dat is hoger dan de drempel van 30.846 euro. Dus het box 3 vermogen is 440.000. Het forfaitaire rendement over spaargeld bedraagt 0,09 procent, dat betekent een inkomen in box 3 van 396 euro. Dat verminderen we met het heffingsvrije inkomen van (maximaal) 400 euro. Resteert een belastbaar inkomen box 3 van 0 euro.   Hoe verhoudt zich dit tot de huidige belastingheffing?Dezelfde alleenstaande heeft 440.000 spaargeld. Daar trekken we nu het heffingsvrije vermogen van 30.846 euro vanaf. Dan resteert een rendementsgrondslag van 409.154 euro. Bij deze grondslag hoort nu een forfaitair rendement van 15.504 euro, dat wordt belast tegen 30 procent. De belasting box 3 is nu 4.651 euro. Dus: in het voorgestelde systeem bespaart deze alleenstaande 4.651 euro. Geldt het bedrag van 440.000 euro per belastingplichtige?Jazeker. Bij een echtpaar gaat het dus om in totaal 880.000 euro spaargeld. Zit er een addertje onder het gras?Het Ministerie van Financiën heeft berekend dat het nieuwe systeem budgetneutraal uitpakt als het tarief van nu 30 procent wordt verhoogd naar 33 procent. Daarbij is al rekening gehouden met een heffingsvrij inkomen van 400 euro per belastingplichtige. Mensen die hun vermogen belegd hebben in overige bezittingen en dat gefinancierd hebben met schulden, gaan meer betalen dan nu. Zij financieren de hoge vrijstelling voor spaargelden. Let op: Het is nog geen 2022. Het voorstel zal ongetwijfeld nog gewijzigd en aangevuld worden. Zo gaat het Ministerie van Financiën nog een goede manier bedenken om zogenaamde peildatumarbitrage te voorkomen. Wat is dat? Het ligt voor de hand om overige bezittingen (forfaitair rendement 5,33 procent) vlak voor de peildatum om te zetten in spaargeld (forfaitair rendement 0,09 procent), en dat vlak na de peildatum weer te wijzigen. We houden u op de hoogte van de ontwikkelingen.Fri, 13 Sep 19 11:30:00 +0200


Wat betekent opzegging per 1 maart eigenlijk?

Een werkgever krijgt een ontslagvergunning voor een ruim twee jaar volledig arbeidsongeschikte werknemer. Hij zegt de arbeidsovereenkomst op per 1 maart. De werknemer dient op 29 mei een verzoekschrift in bij de rechtbank om een transitievergoeding toe te kennen. Volgens de rechter is dat te laat, want niet binnen drie maanden. Hoger beroep volgt.De bevoegdheid om bij de kantonrechter zo’n verzoekschrift in te dienen vervalt drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Betekent de opzegging per 1 maart dat de overeenkomst op 28 februari eindigt, of op 1 maart? In dat laatste geval zou het verzoekschrift wel op tijd zijn ingediend. Het Gerechtshof is van oordeel dat de werknemer redelijkerwijs heeft mogen begrijpen dat door het ontslag per 1 maart 2018 de arbeidsovereenkomst eindigde op 1 maart 2018. Per 1 maart betekent immers zoiets als Vanaf 1 maart of Met ingang van 1 maart. Als de werkgever het dienstverband wilde laten eindigen op 28 februari 2018, dan had hij dat maar duidelijker moeten aangeven, bijvoorbeeld door in de opzeggingsbrief expliciet te vermelden dat daarmee de arbeidsverhouding zou eindigen op 28 februari 2018. Dit betekent dat het verzoekschrift om toekenning van een transitievergoeding op tijd is ingediend. Tip: Een ontslagen werknemer kan, als hij een hogere transitievergoeding wenst dan de werkgever wil betalen, binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd een verzoekschrift indienen bij de rechter. Na drie maanden kan dat niet meer.Thu, 19 Sep 19 11:30:00 +0200


Wet tegemoetkomingen loondomein

Per 1 januari 2017 zijn drie nieuwe tegemoetkomingen in de loonkosten voor werkgevers geïntroduceerd. Werkgevers worden zo gestimuleerd om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen of te houden. Denk aan arbeidsgehandicapte, oudere en jongere werknemers (jeugd). De tegemoetkomingen worden uitbetaald door de Belastingdienst.In een Kennisdocument geeft de overheid informatie over de Wet tegemoetkomingen loondomein. Onlangs is een nieuwe versie van dit document beschikbaar gesteld. Daarin is de tabel voor de tegemoetkoming verhoging jeugdloon aangepast. Ook is de berekening van de uurloongrenzen gewijzigd. Er is bovendien een nieuwe vraag-en-antwoordparagraaf opgenomen. Tip: Wilt u snel goede informatie over de tegemoetkomingen in het loondomein, raadpleeg dan het Kennisdocument.Tue, 10 Sep 19 11:30:00 +0200


Pensioenkwestie: is een poffertje koek?

Een bedrijf produceert uitsluitend poffertjes en pannenkoeken. De Bedrijfspensioenfonds Zoetwaren stelt dat het bedrijf verplicht moet deelnemen, dat het alle werknemers moet aanmelden en daarvoor premie moet betalen. De rechter moet onderzoeken of poffertjes en pannenkoeken gelijk te stellen zijn aan koek. Let wel, het gaat hier om een vordering tot nabetaling van ruim 8,5 miljoen euro.Bij de rechter spitst het geschil zich toe op de simpele vraag of pannenkoeken en poffertjes zijn aan te merken als koek dan wel of zij naar de aard van de verwerkte grondstoffen en/of de wijze van verwerking van de grondstoffen vergelijkbaar zijn met koek. Het Bedrijfspensioenfonds Zoetwaren mag bewijzen dat het bedrijf onder haar werkingssfeer valt. Nogmaals: het gaat hier om een vordering van 8,5 miljoen euro, exclusief rente. Het Bedrijfspensioenfonds verwijst naar Wikipedia en Van Dale. Volgens de rechter spreken die elkaar tegen. Hij acht het duidelijk dat pannenkoeken en poffertjes volgens algemene maatschappelijke opvattingen niet als koek worden gezien of daaraan gelijk kunnen worden gesteld. Zowel wat betreft de toepassing, de uiterlijke verschijningsvorm, de structuur en de smaak als naar samenstelling en bereidingswijze zijn er essentiële verschillen tussen enerzijds pannenkoeken en poffertjes en anderzijds koek. In de uitspraak worden vervolgens enige pagina’s besteed aan de verschillen. De vordering van het bedrijfspensioenfonds Zoetwaren wordt daarom afgewezen. Tip: Soms valt een bedrijf verplicht onder een Bedrijfspensioenfonds. Het is dan in het belang van het fonds dat alle werknemers worden aangemeld en dat er premie wordt betaald. Zoals deze uitspraak  laat zien, is niet altijd op voorhand duidelijk of een bedrijf onder een bedrijfspensioenfonds valt en zo ja, onder welk. Nogal banale definitiekwesties (zoals: is een poffertje koek) bepalen soms de uitkomst. De belangen zijn groot. Laat u daarom goed adviseren over het pensioen van uw werknemers.Tue, 03 Sep 19 11:30:00 +0200


Contact

WPE

Adviseurs & Accountants

Oude Barneveldseweg 85

3862 PS Nijkerk

info@WPENijkerk.nl

033 - 245 67 37

Kvk nummer: 32145482

Btw nr.: NL 8107.85.158.B.01